De speelgoedraket, om even de situatie te verduidelijken. Hij mag nog wel flink wat sneller, dat hij echt voorbij raast.
Hier wat verschillende probeersels van de bloemenmannen, ook met de befaamde hulk. De derde afbeelding (excuses voor de belabberd slechte foto) is waar ik nu mee bezig ben: victoriaans borduren a la l’objet trouve principe.
bloemenmannen, lantaarnpalen en meer.
Ik vond het moeilijk om te beginnen, dus had ik voor mezelf eerst maar een paar vragen gesteld. Toen ik eenmaal begon met typen, kwam het hele verhaal als vanzelf, de vragen zelf al oplossend. Dit zijn de vragen die ik in het begin stelde:
-
Doelgroep?
-
Wat wil ik zeggen, de kijker meegeven? Mening, luchtige blik?
-
Waarom het ene plaatje/gebeurtenis wel, en de ander niet?
-
Waarom spreken de bloemenmannen mij zo aan?
-
Rol van het cliché (subtiel of juist over de top; eigen handschrift)?
-
Positionering als ‘illustrator’?
-
Met welk gevoel moeten de bezoekers ‘het pand’ verlaten?
Ik ben nog steeds met de bloemenmannen bezig. Ik kan ze maar niet los laten, ik heb er nog steeds zoveel plezier in om ze te maken. Waarom eigenlijk? Door het fijne contrast van de stoere mannen en de tuttige bloemen? Omdat ik elke keer weer moet lachen van binnen, mijn hartje volstroomt van warm geluk dat er nog zulke dingen op de wereld gebeuren? Omdat de mogelijkheden oneindig zijn? Hier moet ik trouwens wel mee oppassen: soms blijf je maar dezelfde dingen/trucjes doen met een ‘net-iets-anders’ resultaat. Of vind ik het gewoon fijn om eens helemaal in een onderwerp te duiken, en daardoor steeds weer nieuwe ontdekkingen of technieken op te doen? Van te voren zou ik nooit hebben bedacht om de bloemenmannen te borduren zoals een Victoriaanse vrouw des huizes zou doen, maar dan op een schuimen pizzabodem-beschermer-dingachtig-iets.
Vervolgende op de pizzabodem-borduusel: ik begon gewoon met wat er in mijn buurt lag, ik vond dat ik wel genoeg poëzieplaatjes van bloemen op bodybuilders had geplakt. En dat ‘objet trouve’ werkt heel fijn: een oud stuk tape? Perfect als arm! Een naald? Nou, prik er een paar gaatjes in! Zo gaat het werk meer leven voor mij, en wordt het meer eigen. Is het meer dan alleen maar twee clichés, contrasterend tegenover elkaar gezet. En ben ik ook meer fysiek bezig, in mijn eigen kleine wereldje (het formaat en de vorm helpt ook wel heel erg bij het ‘kleine fijne wereldje’-idee).
Ik vind zeker dat clichés je kunnen helpen, vooral als je voor een breed publiek werkt. Men herkent snel waar het over gaat. Maar aan de andere kant, keer op keer hetzelfde gebruiken, is saai. Het kan spannender, het mag spannender, het moet spannender. Je kan clichés inzetten, maar je moet ze ook weer los kunnen laten. Het gaat om mijn kijk, niet om de clichés. Ik mag best mijn stem meer laten horen, het is mijn tekening! Hoe groot of klein de gedachte ook is.
Wat ik precies wil vertellen aan mijn publiek weet ik niet. En wie mijn publiek is, weet ik ook niet. Ik wil denk ook niet vertellen, ik wil laten zien. ‘Kijk mensen, zo kan het ook!’. Er is meer in de wereld dan je eigen huis, je auto en je werk. Maar ook binnen die kleine wereldjes, zoals jouw eigen huis, juist daar gebeurt veel meer dan je denkt. Kijk om je heen, wees verrast, lach. Zet die tunnelvisie bril eens af.
Misschien bestaat mijn publiek wel uit de negen-tot-vijf kantoormuizen, of de lezers van de gratis krantjes in de trein. Nou ja, lezen… Het is eerder een beschermingsveld om jou reis zo gewoon en zoals altijd te laten verlopen. Stel je voor dat iemand naast je wilt gaan zitten, laat staan een gesprek aanknopen! Het zal me niks verbazen dat maar een enkele reiziger weet van die gekke roestige lantaarnpaal bij Bodegraven, die daar helemaal alleen staat, met als enige vriend het gras en onkruid, ook al reizen ze al jaar in jaar uit hetzelfde traject. Hoeveel mensen zullen de Utrechtse Kabouter hebben geteld (mijn teller staat op elf)? En hoeveel mensen zouden die rood-met-gele betonwagen hebben gezien? Doordat er een heg voor staat, zag je alleen de bovenkant, waardoor het leek alsof erachter een speelgoedraket werd gelanceerd.
Dit doet me trouwens heel erg denken aan het vak narratief (beeldsequentie), in het laatste blok van jaar 1. Daarbij had ik een boekje gemaakt over mijn treinreis, met dingen die mij opvallen. En waarvan de meeste mensen in dezelfde niks van zullen herkennen. Zal ik een keer de stoute schoenen aantrekken en door de trein heen gaan met dat boekje, om het gemiddelde te peilen van wat de reiziger opvalt tijdens de treinreis?
Maar, een nieuwe vorm. Een boekje heb ik dus al gemaakt, en draagt de boodschap niet genoeg uit. En achter een boekje kunnen mensen zich verschuilen. Het moet een nieuwe levensstijl worden. Ga ik alle saaie mensen met al die saaie ritmes verplicht op een Penelope-cursus zetten? Ze helemaal indoctrineren met fijne, kleine dingen? Dingen die net even niet kloppen, maar daarom een glimlach brengen? Dat het juist fijn is dat er eens iets anders gebeurt, ook al schopt het jou perfecte dagroutine in de war? Go with the flow?
Of juist heel subtiel zoals Amelie? Niemand weet wie al die fijne dingetjes doet, en toch gebeuren ze, onder hun neus. Kleine gebeurtenissen die hun hele levenshouding veranderen, verbeteren. De stille heldin.
Het leven hoeft niet saai te zijn, kijk om je heen, en laat je fantasie op die dingen los.
En nog wat bloemenmannen.
Op weg naar het station fiets ik altijd langs zo een ‘stalletje’ waar je tulpen kan kopen. Nou ja, kopen. Je pakt ze, en als je een goed hart hebt, gooi je geld in het bakje wat er naast staat. En altijd op de terug weg, als de mensen klaar zijn met werken, zie je altijd van die stoere bouwvakkers met gouden oorbelletje en gespierde bruine armen die tulpen kopen. En dat ontroert mij zo! Waarom weet ik ook niet, maar de wereld voelt gelijk een stuk beter en ik moet me inhouden die mannen niet te gaan omhelzen en hardop te gaan lachen. De wolken breken open, de zon gaat schijnen en reflecteert schitterend op de Rijn. Halleluhja!
En daar horen dus deze collage’s bij. Meestal maak ik er een of twee per onderwerp, maar ik vind dit zo leuk om te doen! Heb ondertussen al wat nieuwe gemaakt, maar die moet ik nog in scannen. Dus wordt vervolgd!
Hier een paar foto’s waar ik nu mee bezig ben, en mee bezig was. Ik miste het persoonlijke in mijn werk, het berustte vooral op toevalligheden. En ook mocht alles wel wat aangedikt worden, surrealisme hoeft niet subtiel. Ik neem nu overal een boekje mee naar toe, waarin ik dingen op schrijf die mij opvallen, dingen die ik mee maak. En dat werkt heel bevrijdend! Ik slaap zelfs een stuk beter, aangezien dit een goede manier is om dingen te verwerken, je hoofd leeg te maken. Ergens de lol van in zien.
De eerste vier afbeeldingen zijn collages uit de laatste week van blok drie, de laatste twee heb ik de eerste week van het nieuwe blok gemaakt. Daar heb ik dus de oude, subtiele collage (van afb. 4) wat radicaler aangepakt.
RESEARCH SAMENVATTING BLOK 3
RESEARCH SAMENVATTING BLOK 3
Ik vind het moeilijk om te beginnen over een vorm/context/positionering naar aanleiding van mijn fascinatie. Vandaar dat ik ben begonnen met het maken van een samenvatting: wat heb ik nou eigenlijk gepost de afgelopen twee maanden? Is er een verbinding te zien tussen het eerste en het laatste, en daar tussenin?
BEGINNEND
-
Ik trapte af met Jasmijn Visser. Zij tekent een voorwerp en past dat steeds een (klein) beetje aan, waardoor er gigantische witte vellen met rijen vol surrealistische voorwerpen ontstaan.
-
Fotograaf Zander Olsen. Vervreemding van landschap, voorgrond/achtergrond, spelen met vlak/lijnen, het oog, door ‘simpele’ kleine toevoegingen van alledaagse witte ‘lakens’.
-
JooHee Yoon. Collage, spelen met verhoudingen (grote dieren i.t.t. omgeving), surrealisme (bijv. de ‘Haar Tsunami’)
-
Eigen (natuur)foto’s. Liefde voor natuur, lucht, Spicy, structuren. Foto’s waarbij je verhalen kunt maken (sporen, dingen die ergens niet thuishoren, etc.)
MIDDEN
-
Niki Pilkington. Contrasten opzoeken (vol-leeg, zwart/wit-kleur, 2D-3D, detail-grof).
-
Swampdonkey. Fantasie, surreëel, objet trouve, tekenen over bestaande foto’s.
-
Quotes Einstein, Picasso en Wolf Robe
-
Foto van een mistige kathedraal met sterk aftekende kabels op voorgrond. Mysterieus: houdt de kerk ooit ergens op, of is deze oneindig? Is het een groot bos?
-
Julie Verhoeven. Mixed-media, verhaal door lijnvoering, contrast opzoeken.
-
Matthew Brand. Maakt foto’s van meren om vervolgens die foto in het water van dat meer onder te dompelen. Roept veel vragen op.
-
Egon Schiele. Verhaal door houding en lijnvoering.
-
Peter Doig. Reflectie > vragen. Hij schildert n.a.v. foto’s, toch is zijn werk heel eigen en merk je dit gegeven als toeschouwer niet.
-
Sagaki Keita. Van veraf realistische werken, als je dichtbij komt zie je dat alles is opgebouwd uit duizenden kleine fantasiewezentjes en doodles.
-
Katy Horan. Volks, mythe, rituelen, vrouw. Mooie combinatie van fineliner, gouche en potlood. Mens-figuren zonder dat ‘het’ echt getekend is als mens. Patronen.
-
Gustav Klimt. Beeldt vrouwen mooi en krachtig af. En natuurlijk zijn fantastische patronen, vlakverdeling, lijnenspel, haast collage-achtig allemaal.
-
Alexander Kanevsky. Vluchtig geschilderd, maar toch is het voorwerp en de omgeving van het schilderij duidelijk. Detail is overbodig.
-
Eric Cahan. Fantastische kleuren blijken er in de lucht te zitten, ik had het niet voor mogelijk gehouden. Ik zou graag zelf de hele wereld willen bereizen en dit soort plaatjes schieten. Zou ik deze kleuren op mijn eigen verfpalet kunnen krijgen?
-
Foto van een kleurrijk dorpje op een berg, naast de zee. Ik schreef hierbij: “Bij deze foto komt zowat alles op deze blog samen: natuur, lucht, cultuur, gezelligeheid, exotisch.”
-
Verzameling van exotische foto’s: kleurrijk, compositie, fijne spullen, patronen.
-
Exotische culturen. Wereldreis, spiritualiteit, natuur, etc.
-
Fotograaf Daniel Korzhonov. Reflectie, lucht, mysterieus (verhalend, vragend), “Doig”.
-
Zwart/wit foto van twee oude mensen. Excentriek, ook al komt er geen kleur aan te pas. Een heel leven achter de rug, levenslessen staan gekerfd in het gezicht door middel van rimpels, oogopslag, manier van bewegen. Toch staan ze duidelijk nog in het heden.
-
Verzameling vintage plaatjes. Waarom heb ik er hier zoveel van? Nostalgie? Nu, in de eenentwintigste eeuw, moet alles snel, nu, online, continu, 24/7… De ogenschijnlijke onbezorgdheid, vrolijkheid, saamhorigheid blijkt nu (dus als in achteraf gezien) heel bruikbaar voor mijn collages. Het perfecte, op het enge af.
-
Interieur toekomstig huis. Verzameling, allerlei stijlen door elkaar heen, nooit af. Even een klein ‘autsj’ momentje: ‘Ik koop liever en kan beter wegdromen bij een VTwonen o.i.d. dan bij een illustratie/kunst magazine…’
-
Jonathon Meese. Ik vind keuzes maken heel moeilijk, Meese doet gewoon wat hij wilt. Van nazi-dictator tot huilbaby, Meese neemt allerlei rollen (overtuigend) aan.
-
Documentaire ‘Alles wat we wilden’. Gaat ook over het feit dat er tegenwoordig zoveel keuzes te maken zijn. En in plaats van alles doen wat er te kiezen valt zoals Meese, kiezen deze jonge mensen een andere oplossing, zoals antidepressiva. Hoge druk.
-
James Mollison, ‘Where children sleep’. Gigantische contrasten tussen culturen.
-
Ana Serrano. Kleur, gezelligheid, driedimensionaal (wat ik zelf ook meer wil doen). Het creëren van je eigen fijne kleine wereldjes. Toch blijft de stap naar 3D te groot voor mij, ik snap ook niet wat het is. Als ik eenmaal begin met ‘bouwen’, gaat het vanzelf. Is het de tijdsdruk? We moeten zoveel doen voor zoveel vakken, ik heb geen tijd om alles 3D te gaan bouwen. Hopelijk komt er in blok 4 een (groot) gaatje voor vrij.
-
Gedicht Tsjike Jansen, dat erg bij me past. De tijd nemen om om je heen te kijken, naar de kleuren om je heen, raam open, fris. Genieten van de kleine dingen/opvallendheden.
Mevrouw Julia doet de ramen open
en ze weet geen woord voor de lucht die haar wangen aanraakt
en de zon heeft de kleur van honing
en ze weet
vandaag gaat het gebeuren
en ze denkt
maar eerst blijf ik nog even staan
-
Het boek ‘Briefgeheimen’. Haast surrealistische geheimen, van heel klein en onschuldig, grappig, tot heel groot en duister. En dan het idee dat iedereen ze anoniem kan insturen (enige voorwaarde is dat het geheim geknutseld ingeleverd moet worden), dus ook je buurman. Mensen zijn niet zo voorspelbaar als je denkt en dus niet in hokjes te plaatsen.
-
Dustin Farell, time lapse ‘Landscape Volume II’. Prachtig: weer die wereldreis die ik wil maken. Ik wil alles zelf zien, niet alleen via een scherm. De kleur, beweging, natuur tegenover industrie.
EINDE
-
‘YES’ > Marianne van Heeswijk (artikel assemblage)
> Robert Rauschenberg (2D combineren met 3D)
> Pipi-Langkous
> Dadaïsme (objet trouve)/surrealisme
-
Walter van Beirendonck. Surreëel in kleding, de gekke danspassen, hoogpolig tapijt wordt als jas gebruikt, mannen worden vol gehangen met fluorroze en glitter. Kleding of kunst?
-
Wangechi Mutu. Collage, gelaagd, goed (achtergrond)verhaal, glamour
-
Marco Migani. Surreële collages, gescheurd, felle achtergrond, vorm herkennen door verschillende gescheurde stukken naast elkaar te plakken in plaats van letterlijk een afbeelding van dat voorwerp te gebruiken.
-
Laura Stoter. Eigenzinnige collage’s (tekenhand), mooie contrasten tussen bestaand materiaal en eigen fantasiewereld. Spelen (de regie nemen) met bestaande beelden.
-
Begrippen lijst > regie?!
-
Russische ‘architecture fail’. Liever zoek ik het ‘niet-kloppende’ zelf op, ga ik zelf op ontdekkingstocht, maak ik het eigen. De regie hoeft niet door een mens te zijn gedaan, door een dier, voorwerp, de natuur, een abstract iets als tijd, etc, kan het ook. Fantasie.
-
Martyn F. Overweel. Hij weet te verassen, een artikel lees/bekijk je toch heel anders na het zien van een tekening van Overweel. De andere kant van serieuze onderwerpen laten zien, kanten die ‘normale’ mensen niet kunnen bedenken (bijv. de Hitler tekening). Mooi dat hij gevonden papier gebruikt als zijn drager. En ook zo lekker losjes. Schrijffout? Maak er een mooie inktvlek van en, hup, gelijk weer verder!
-
Gert-Jan Kocken. Neemt de regie in handen zonder dat dit in eerste instantie duidelijk is. Hij maakt foto’s waar ooit ongelukken zijn gebeurd, maar dan dus jaren later, waardoor je in principe niks meer hiervan ziet. Zodra je het bordje leest dat bij de foto hangt, met daarop informatie wat er op die plek is gebeurd, kan je onmogelijk meer ‘normaal’ naar de foto kijken. Zo neemt Kocken subtiel, maar zeker niet onkenbaar, de regie.
-
Koki Tanaka. Film. Dagelijkse voorwerpen krijgen een geheel nieuw context (door middel van geluid of handelingen of omgeving). Surrealisme kan dus heel goed ontstaan door andere mediums dan collage, zoals ik nu doe.
Achteraf blijkt veel opeens met elkaar te kloppen. Was dit al stiekem al de hele tijd zo of komt het dat ik nu echt zoek naar verbindingen? Dat ik deze zo graag wil zien? Of doordat mijn denken is veranderd na aanleiding van het vastleggen van mijn fascinatie?
Veel lijkt te kloppen, maar dit is vooral het eerste deel en het laatste deel. Het lijkt wel alsof ik in het midden maar zoveel mogelijk op mijn blog wou krijgen, wanhopig op zoek naar iets waar ik me aan kon vastklampen. Maar eigenlijk lag het antwoord dus de hele tijd pal voor mijn neus. Ik moet eigenlijk vaker mijn eigen intuïtie volgen, en hier ook de nodige tijd en aandacht aan schenken, in plaats snel door te gaan met andere dingen. Dit merk ik wel vaker, ook bij andere vakken. Dat ik iets maak, en snel weer door ga. Hoe kan het nog beter? Kleuren veranderen? Lijnenspel? Terwijl het eerste vaak het duidelijkst is. Achteraf blijkt dat ik te graag meer wil. Eigenlijk zonde van mijn tijd, en ik zit al zo in de knel qua school en planning. Dus tip voor mezelf: in plaats van tien uur achter elkaar van alles te proberen voor een vak, rustig de tijd nemen. Wat heb ik nou getekend? Wat betekent dit? In plaats van gelijk door te gaan en van alles te proberen om het beeld ‘sterker’ te maken.
Maar… waar was ik? O ja, het middendeel dat niet lijkt te kloppen met het eerste en het laatste (ik heb de stukken voor de duidelijkheid maar even een apart kopje gegeven) deel. Het eerste deel blijkt achteraf heel erg op het laatste deel te lijken. Ik poste hier namelijk ook al dingen die iets uit zijn context halen, die de betekenis veranderen van alledaagse dingen. Objet trouve. Ongewone combinaties. Ik vind het heel erg leuk om te zien dat de aller aller allereerste post hetzelfde uitdraagt als mijn laatste post (die van Jasmijn Visser). Ik wist niet dat ik mezelf al zo goed kende!
Ik ben wel benieuwd wat voor beweegredenen ik in het begin had om dit soort dingen te posten. Wist ik het stiekem de hele tijd al? De frictie opzoeken van alledaagse dingen. Is mijn intuïtie toch beter ontwikkeld, zonder dat ik het door had? Moet ik meer naar mezelf luisteren in plaats van ‘bang’ zijn voor de meningen van anderen?
Eindtekst Narratief
In deze post mijn eindtekst voor narratief. Het einde volgt te snel, hier wil ik nog aan werken. Het is wel de goede afsluiter, ik ben blij dat ik bij deze uit ben gekomen (het was nog een hele zoektocht), alleen de aanloop moet dus wat rustiger.
Vandaag is al weer de laatste dag van de voorbereidingen, vanavond zullen de vreugdevuren ontstoken worden. Morgen is het grote Holi-Phagwa feest. Iedereen is opgetogen, dankbaar voor de warme zonnestralen, de bloeiende bloemen en de schone lei die de lente met zich mee brengt. De overwinning van het goede op het kwade. Iedereen is druk bezig, druk met feestkleding naaien, mandala’s op de grond tekenen, bloemen plukken, een kleur uitkiezen… Vele potten en pannen pruttelden op het vuur met traditionele recepten zoals nasi putih en gado-gado, terwijl de geur van gember de straten vult.
En ten midden van dit bruisende en energieke voorbereidingsgeweld, begint het verhaal. Kijk maar eens goed, in dat hutje, bij die vrolijke oranje ton. Zittend in de schaduw, zijn vingers in zijn oren gestopt, de ogen zijn gesloten. Je zou haast denken dat hij zich verstopt, weg van al dat feestelijke lawaai. Dit jongetje heet Aadhira, wat maan betekent. Dag in, dag uit, weet hij niet of hij nou moet beginnen met het veteren van zijn rechterschoen, of van zijn linkerschoen. Aadhira gluurt stiekem door zijn vingers. Daar bij het fornuis, dat is zijn moeder. Aadhira’s moeder is een ongeduldige vrouw, altijd druk in de weer met tien dingen tegelijk. Nu is bezig met het roeren in de pannen, terwijl ze ondertussen afwast, kralen uitzoekt en de kat een kommetje melk geeft. Lekker rustig, vind Aadhira. Nu zit ze niet de hele tijd op hem te letten. Alhoewel, rustig kan je het niet echt noemen, daar in dat hutje. Het geroezemoes en muziek op straat heeft geen moeite om door de flinterdunne wanden heen te wringen. Bovendien is de voordeur ook uit zijn schanieren gehaald, als teken dat alles en iedereen welkom is deze dagen. En zijn moeder heeft nog steeds van die buien. Volgens mij komt er nu weer eentje aan, ik hoor haar voetstappen al naderen. Aadhira, klein van stuk, glipt snel en geruisloos het hutje uit. Hij wilt zijn moeder liever niet onder ogen komen. Vast en zeker krijgt hij dan weer een preek, en niet zo’n zachte ook. De hele straat zou kunnen meegenieten hoe Aadhira, die nietsnut van het huis met de oranje ton, de grond wordt ingeboord door zijn moeder. Terwijl hij al bijna een volwassen man is, hij is al elf! Liever was hij voor altijd jong gebleven, toen hij de hele dag mocht spelen, eten en slapen. Nu wordt er van alles van hem verwacht. Dat vindt hij niet leuk. Zo moet hij bijvoorbeeld een kleur uitkiezen voor het Holi’ feest, een kleur die bij hem past. Zijn moeder blijft er maar over door zeuren. ‘Het is traditie dat bijna-volwassenen hun eigen kleur kiezen’, zegt ze dan. ‘Je wilt toch een echte man worden?’. De voetstappen worden luider, zijn naam wordt gescandeerd. Snel loopt hij om het hutje heen, naar de drukke straat. Hij lost op in de menigte, op naar een rustige plek.
Aadhira slaat linksaf het smalle zandpaadje op. Op een boer met een ezel na ziet hij niemand. Aadhira voelt zich al rustiger worden. Hij volgt een tijd het pad, de handen in de zakken gestoken. Af en toe blijft hij stil staan en ligt hij zijn hoofd in zijn nek, om te genieten van de warme zonnestralen. Hij houdt van de lente. De zon, de frisse lucht, alles staat in bloei, het jonge vee in de wei. En natuurlijk Holi’. Hij vindt dat prachtig, al dat lekkere eten, meisjes in de mooiste sari’s, de felle kleuren overal. Alleen zelf een kleur uitkiezen, dat vindt hij moeilijk. Er zijn immers zoveel mooie kleuren, hoe kan je daar nou eentje uit kiezen? Een kleur die goed bij zijn karakter past, die de richting van zijn toekomst bepaalt. Hij wilt niet de verkeerde kiezen en voor schut staan. Dus kiest hij niet. Maar zonder kleur staat hij al helemaal voor paal natuurlijk. Zo kan hij toch nooit indruk maken op zijn buurjongens en meisjes? Normaal zou zijn moeder een kleur voor hem uitkiezen, maar dit jaar zegt ze dat hij het zelf maar moet doen. Hij moet volwassen worden, vindt ze.
Aadhira mindert zijn pas, kijkt over zijn schouder heen en loopt dan snel de bosjes in. Hier moet het ergens zijn. Hij duwt wat takken opzij, zo onopvallend mogelijk. Vervolgens kijkt hij snel nog een keer over zijn schouder, om er zeker van te zijn dat niemand hem ziet. Dan loopt hij door en ziet hij in de verte de rots al staan, monumentaal maar toch ook bescheiden, zoals altijd. Voorzichtig legt Aadhira zijn hand op haar mooie huid, en fluistert ‘Halo batu’. Hij zoekt een lekker plekje in de zon, laat zijn rug leunen tegen batu. Hij doet zijn ogen dicht en kijkt naar de vormen die de zon maakt op de binnenkant van zijn oogleden.
Na een tijd, wat een minuut kan zijn, maar ook een uur, doet Aadhira zijn ogen weer open. Hij moet knipperen door het felle zonlicht. Iets heeft hem wakker gemaakt, een soort geritsel. Aadhira staat op, klopt het zand van zijn broek en loopt een rondje om zijn batu. En nog èèn, en daarna weer èèn. Hij ziet niets, en toch blijft hij het vreemde geluid horen. Maar Aadhira wordt niet bang, de zon en zijn batu beschermen hem. Hij wilt het al bijna opgeven, als hij iets vreemd ziet. Hoog op de rots, daar gebeurt iets. Rotsen ritselen toch niet uit zichzelf? Of zal er een demon in batu zitten, die wraak wilt nemen op de lente die hem heeft weggevaagd?
Aadhira is aan het twijfelen. Een demon storen is het laatste wat hij moet doen, maar hij is toch ook heel nieuwsgierig. Iemand er bij halen is geen optie. Hij is ver verwijderd van zijn desa, en hij zou ook niet willen dat iemand achter het bestaan van zijn rustplek komt. Hij voelt in zijn zakken of er iets inzit dat dienst kan doen als wapen. Verder dan een elastiekje en een snoepwikkel komt hij niet. ‘Oké,’ denkt Aadhira. ‘Rustig adem in, adem uit. Je kan het.’ Hij haalt diep adem in door zijn neus, houdt vast, en ademt dan langzaam, via de buik, weer uit door zijn mond. Hij draait zijn schouders een paar rondjes en loopt behoedzaam op zijn doel af. Naarmate Aadhira dichterbij komt, hoe meer het lijkt te glinsteren. Wat voor vorm heeft het nou? Het lijkt nog het meest op een druppel. Een bewegende druppel, die alle kanten uit wilt. Kleine straaltjes splitsen zich op en volgen de miniscule groeven van de rots. Zal er een waterbron in zijn geliefde batu zitten? Aadhira had dat nog nooit eerder opgemerkt, wat onmogelijk zou moeten zijn. En die kleur, nee, dit is geen gewoon water, dat weet hij zeker. Hij buigt zijn gezicht ernaar toe. Voorzichtig dipt hij zijn wijsvinger in het water. Hij kijkt vervolgens naar zijn vinger. Waar het water zijn vinger heeft aangeraakt, lopen nu alle kleuren van de regenboog. En nog wel meer kleuren, goud, zilver, wit, turquoise… Wat een mooie kleuren zeg! Hij dipt de rest van zijn vingers ook in het water, en ja hoor, al zijn vingertoppen hebben alle kleuren die er maar bestaan. Het groen van de velden, de warme tinten van de zon, de paarsblauwe kleur van de sterrenhemel. Aadhira kan niet kiezen welke kleur hij het mooiste vind. Hij vindt juist dit mooi; alles bij elkaar wat maar bij elkaar kan. Dat verkopen ze niet op de markt! Hij zal zich hier helemaal mee onder smeren, dan zal hij morgen de mooiste van het stel zijn. Maar waar te beginnen? Zijn hoofd, zijn armen, zijn benen? Hij is bang dat het druppeltje zo meteen op is. Vooral met deze hete zon, dan verdampt het snel. Hij denkt snel na, alle rateltjes in zijn hoofd zijn aan het kraken. Wat is het belangrijkste deel van zijn lichaam? Zijn neus? Nee, dan valt die te veel op, zijn neus is al zo groot. Zijn handen? Dan zal het er waarschijnlijk weer snel afslijten. Zijn buik? Nee, daar zit zijn t-shirt over heen. En zo gaat Aadhira al zijn lichaamsdelen af. Hij gaat er bij zitten, de druppel nauwlettend in de gaten houdend. Zou hij de druppel mee kunnen nemen naar huis? Hij vist het lege snoeppapiertje uit zijn zak. Hij schuift het onder de druppel, en vouwt hem voorzichtig dicht. De druppel blijft netjes zitten. Aadhira houdt het papiertje voorzichtig vast in een kommetje dat hij vormt met zijn handen.
Hij loopt rustig door de bosjes, de takken met zijn schouders wegduwend. Weer bij het zandpad aangekomen, stopt hij het snoeppapiertje met de druppel in zijn zak. Hij wilt niet het risico lopen dat iemand hem tegen komt en naar het papiertje vraagt. Hij moet zich inhouden om niet te gaan rennen, hij zit vol met adrenaline maar wilt geen risico lopen met zijn kostbare druppel. Hij bedenkt dat hij zijn druppel Planghi zal noemen, wat regenboog betekent. Het dorp komt in zicht. Hij zal proberen zich zo normaal mogelijk voor te doen. Niemand mag achter het bestaan van de kostbare druppel komen. Straks wilt iedereen ook en is er niks meer voor hem over! Hij zal zijn handen zo veel mogelijk in zijn zakken moeten houden, of zijn vingers in zijn handpalmen drukken. Als hij handschoenen gaat dragen, weet gelijk iedereen dat er wat is. Wie loopt er nou met handschoenen aan in dit heerlijke weer?
Hij ziet de oranje ton al staan. Hij sprint er zowat heen, snel de open deur door. Door alle opwinding was hij zijn moeder vergeten, die gelijk op hem af komt, als een boze stier. ‘Waar heb jij de hele dag rond gehangen? Er moet nog zoveel gebeuren, lui rotkind ben je ook! Je arme moeder maar alles laten doen, ben jij nou een man? En heb je nou al eindelijk een kleur uitgekozen? Je doet alsof je leven ervan af hangt, ik word er zo moe van, al dat getwijfel van jou. Een echte man heeft geen tijd voor twijfels!’ Aadhira haalt zijn schouders op, mompelt zacht dat hij wel een kleur heeft, en loopt naar zijn bed toe. ‘Zeg dat dan meteen!’ roept zijn moeder. Jongen toch, wat goed! Welke kleur is het geworden?’ Aadhiri zegt dat hij dat nog niet wil vertellen, dat het een verassing is. Dat hij de mooiste zal zijn van iedereen. ‘Let maar op moeder, morgen zal je trots op mij zijn.’ Zijn moeder knuffelt hem, hij voelt haar grote zachte moederlijf. Sneller dan gewoonlijk wurmt hij zich er tussenuit en loopt naar de gezamenlijke slaapkamer. Als hij er zeker van is dat zijn moeder hem niet volgt, verstopt hij de druppel onder in zijn slaapzak. ‘Niet vergeten eruit te halen als ik ga slapen,’ denkt Aadhira, ‘voordat ik mijn mooie Planghi kapot trap.’
De schemering begint langzaam binnen te vallen. Overal worden vuurkorven ontstoken. Eten wordt met grote lepels op borden geschept, als een gaarkeuken. Men verzamelt zich rondom de vuren. Bij het grootste vuur staat de maker te glanzen van trots. Zo, bij volle maan, zal de brandstapel van Holkadahan ontstoken worden, en de man met het grootste vuur heeft de eer om hierbij te helpen. Overal wordt er gepraat over Holi’, gedanst, gezongen, maar bovenal heerlijk gegeten. Echter springt erèèn figuur uit door zijn mentale afwezigheid. Terwijl iedereen aan het genieten is, is Aadhira gedachteloos zijn voedsel in zijn mond aan het lepelen. Meer niet. Zijn hoofd zit zo vol met zijn ontdekking van die middag, dat hij geen ruimte meer heeft voor gepraat, gedans en gezelligheid. Hij moet zo snel mogelijk naar huis, hij wilt zijn druppel eigenlijk geenèèn seconde uit zijn oogveld laten.
Aadhira glipt na eten snel het huis in. Gelukkig, de druppel ligt nog steeds veilig op dezelfde plek. Hij stopt de druppel terug en gaat weer naar buiten, waar de vreugdevuren massaal brandden. De grootste van allemaal, Holkadahan, kan elk moment ontstoken worden. Aadhira vindt vuur mooi. De warme tinten, afgewisseld met wit en paarsblauw. En het ruikt ook lekker. Na het grote spektakel kruipt hij weer snel in zijn slaapzak. Buiten gaat het feest nog de hele nacht door, maar Aadhira heeft daar niet meer zo een zin in. Uren later komen zijn moeder en zusjes binnen. Aadhira doet alsof hij al diep in slaap is, met Planghi stevig vast in zijn hand.
Zodra de zon op komt, springt Aadhira uit zijn bed. Hij heeft geen oog dicht gedaan, zijn voeten jeuken van de opwinding. Hij moet dingen doen! Hij zegt zijn Planghi gedag, twijfelt of hij eerst zijn rechter- of linkerschoen aan moet trekken, haalt zijn schouders op en loopt op zijn blote voeten naar buiten. Hij trapt een balletje met zijn buurjongens, glimlacht iets te vaak naar zijn buurmeisje Kemuning, doet wat boodschappen op de markt voor zijn moeder. Als hij eindelijk weer terugkeert naar zijn huis, staat de zon al bijna op haar hoogste punt. Zijn moeder is snel nog een grote schoonmaak aan het doen, voordat het feest losbarst. Tot zijn schrik ziet Aadhira dat de dekbedden buiten hangen. Hij rent naar de zijne en voelt of Planghi er nog in zit. Wat hij vreest wordt werkelijkheid, zijn bijzondere druppel is weg. Hij rent naar de slaapkamer, kijkt of Planghi daar ergens ligt. Hij keert de matrassen om, kijkt in de schoenen, helemaal niks. Hij rent het hele huis door, ook de tuin. Zijn moeder kijkt op van haar borduurwerk en vraagt aan Aadhira wat er aan de hand is. Geschreeuw en onduidelijke mompelwoorden is het enige wat haar oren bereikt.
Zijn hoofd gonst en bonst, alles zit door elkaar. Hij kan het niet bevatten, het liefst zakt hij door de grond heen, wordt hij opgeslokt door Moeder Aarde. Zijn ergste nachtmerrie is waarheid geworden. Er stijgt een gedachte boven alle anderen luidruchtige hersenspinsels uit. Aadhira rent, duwt mensen opzij, slaat linksaf het zandpad op, rent het hele pad over zonder te stoppen. Hij springt met volle vaart de bosjes in, zonder om te kijken. Duwt grof de takken opzij en trekt een eindsprint naar batu. Hij rent naar haar achterkant, ziet niks. Hij rent als een gek geworden demon rondjes om de rots, klimt zelfs op de batu. Voor niets. Zijn geliefde Planghi is weg, voor altijd. Hij zakt op de grond, uitgeput, verbijsterd, huilend. Hoe kan hij nou nog thuis komen vandaag? Hij heeft zijn moeder beloofd dat ze trots op hem kon zijn, dat hij beter dan de rest zou zijn. Nu zal ze denken dat hij heeft gelogen om zijn luiheid te verbergen. Ze zal niet geloven dat hij een magische regenboogdruppel bij een rots had gevonden. Hij begint zelfs aan zichzelf te twijfelen. Heb ik echt een Planghi gehad? Gisteren lijkt een waas, een eeuwigheid geleden. Hij sluit zijn ogen, hij wilt niets meer weten van de wereld om hem heen.
Na een tijd, wat een minuut kan zijn, maar ook een uur, wordt de ademhaling van Aadhira rustiger. Hij probeert aan niets te denken, alleen aan de rots in zijn rug, de zanderig ondergrond waar hij op zit. Hij heeft het gehad met al het chaos in zijn hoofd. Hij legt zijn hoofd in zijn nek, tegen de rots. Hij ziet patronen en vlekken op zijn oogleden, gemaakt door de zon. Hij concentreert zich op een patroon, die steeds groter wordt, steeds duidelijker wordt, steeds kleurrijker wordt. Hij geniet. Geniet van de stilte, geniet van de warme zon, geniet van de lente, geniet van het gras, geniet van de rots, geniet van de bomen die zachtjes ritselen. Maar bovenal geniet hij van de kleuren voor zijn ogen. Meer dichterbij dan dit kan niet. Als de zon de daling inzet, staat Aadhira voorzichtig op, om de stilte niet te verbreken. Dan pas doet hij zijn ogen weer open.
Het is zo ver, het Holi’ feest is in volle gang. Overal waar je kijkt is verf. Uitgelaten mensen, die voor een dag weer kind mogen zijn. Muziek vult de straten. Een bonte stoet vult de hele straat. Alle kleuren flitsen in de ooghoeken voorbij. Felgroen, geel, blauw, roze, rood, oranje, paars, turquoise… En dan opeens, daar in de verte, bij de watermeloenenkraam, wit. Witter dan wit. Spierwit. Waar komt dat vandaan? Alle hoofden draaien zich naar de witte stip toe, die boven alle andere kleuren uit lijkt te stijgen. Wit, dat klopt niet! Gekleurd moet het zijn! De witte vlek nadert dichterbij. Het is een jongeman, sereen, een zweem van een glimlach om zijn mond. Het lijkt wel alsof hij met zijn ogen dicht loopt. De vrouw van het huis met de oranje ton schrikt, ze houdt haar handen bij haar mond, alsof het anders op de grond zal vallen. Of is ze nou blij verast? De jongeman lijkt niets te beseffen, hij loopt rustig maar vastberaden door, terwijl iedereen hem aanstaart en elke stap die hij zet volgt. Zijn tred is bijna als een dans. Ten midden van het alles blijft hij stilstaan. Na een tijd, wat een minuut kan zijn, maar ook een uur, opent hij zijn ogen en zegt hij zuiver: ‘in wit zit elke kleur van het kleurenspectrum gevangen, fijne Holi’ allemaal’.
Woordenlijst
- Aadhira jongensnaam:maan
- Batu rots
- Desa dorp
- Gado-gado Javaans recept van groenten met satésaus
- Holi(-Phagwa) een Hindoeïstisch feest dat jaarlijks rond de maand maart gevierd wordt en in feite een combinatie is van een lentefeest, een feest van de overwinning van het goede op het kwade en een Nieuwjaarsfeest
- Holkadahan Voorafgaand aan het holi houden hindoes tijdens de volle maan op de laatste dag van Phaalguna een ceremonie, Holkadahan bij de holka, waarbij ze symbolisch holika, het kwade (een verdrijving, uitbanning van het kwaad in de vorm van dwalingen, kwade gedachten en gewoonten) verbranden. Na de offerande, die wordt verricht door een Pandit, wordt het plantje (symbool van het goede) verwijderd van de brandstapel. Het kwade, (gesymboliseerd door de holka) wordt vernietigd door het in brand te steken
- Kemuning meisjesnaam: gele bloem
- Nasi putih witte rijst, de meestgebruikte in zijn soort op Java
- Planghi regenboog
- Sari traditionele Indonesische klederdracht voor vrouwen; een sari is een lap stof van vijf tot zeven meter lang enèèn meter breed, dat de vrouwen, na enige oefening, om zich heen slaan
Koki Tanaka maakt filmpjes over voorwerpen in het dagelijks leven, maar door wat hij er mee doet ontstaat er iets surrealistisch. Vooral om deze moest ik erg lachen (je weet niet wat je kan verwachten totdat je de titel -‘How to draw a line on the road’ (2007)- leest en in de verte het geluid van een auto hoort), maar je hebt ook een film van zeven minuten waarin hij allerlei geluiden maakt door dingen te doen met voorwerpen. Een bezem omgooien, wc-rollen op elkaar stapelen of om een paraplu schuiven, een koelbox een kwartslag draaien, enzovoorts… Tanaka neemt hier erg de regie in handen: hij verandert levenloze dingen in geluiden die je nooit voor mogelijk had gehouden, hij laat zien wat je er nog meer mee kan doen in plaats van alleen maar het voorwerp ‘zijn’, hij verandert de betekenis.
Gert Jan Kochen. Op het eerste gezicht zijn het mooie foto’s met een fijne vlakverdeling. Maar zodra je het verhaal erbij leest, evenaar je toch een naar gevoel. Alsof de foto’s er opeens anders uit zien, je kan er niet meer neutraal naar kijken. In gedachten zie je de gebeurtenis voor je ogen afspelen, zo in de desbetreffende foto. Ik vind het knap van Kochen dat hij zo de regie in handen neemt. Hij had ook alleen de foto op kunen hangen, dan had niemand geweten hoe geladen die plek was. De foto wordt het toneelpodium, de context waarin de gebeurtenis plaats vind.